|
| |
|
Beste lezer,
In deze laatste nieuwsbrief van het jaar brengen we je graag op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de landgoederenzone.
De afgelopen tijd was er buiten minder activiteit zichtbaar maar ondertussen wordt er hard gewerkt aan de plannen voor een aantal opgaven. Voor meer informatie over de projecten lees je alles op onze website: Landgoederenzone Baakse Beek | Waterschap Rijn en IJssel
Waar zijn we zoal mee bezig?
De zoektocht naar een aannemer om de Baakse Beek bij 't Medler aan te sluiten. Bij de Wildenborch zijn de plannen voor fase 2 uitgewerkt. Deze zijn toegelicht op een goed bezochte informatieavond. Hier verwachten we in de loop van volgend jaar te kunnen beginnen met de uitvoering. In deze editie komt het perspectief van het landgoed zelf uitgebreid in beeld.
We zijn met de landgoederen De Wiersse en 't Zelle in gesprek over de concrete inrichting van het klimaatrobuuste watersysteem. We kijken daarbij naar het brede perspectief. Hoe zien de ontwikkelingen de komende decennia er uit? Wat is nodig om het watersysteem goed te laten functioneren? Een toekomstbeeld helpt bij het maken van keuzes en ontwikkelen van perspectieven. Twee hydrologische specialisten delen hun toekomstvisie in deze uitgave.
Uniek landgoed
Elk landgoed is uniek en heeft een eigen karakter. Daarom is het belangrijk dat bij het uitwerken van het nieuwe watersysteem ook gekeken wordt naar de cultuurhistorische waarden. Worden die geraakt? Kunnen we ze een plek geven in de plannen? Zijn er specifieke maatregelen nodig? In deze uitgave staan we hierbij stil met, onder meer, een insteek vanuit de provincie.
Ik wens je veel leesplezier. En terwijl de herfst de winter nadert, wensen wij, als team, iedereen alvast fijne feestdagen!
Age Frank Beuving
Portfoliomanager Landgoederenzone Baakse Beek

|
|
| |
|
|
Provinciale expertise:
Cultuurhistorie als inspiratie en oplossing |
|
|
Henk Hoogeveen werkt als strategisch adviseur en regisseur erfgoed & ruimte bij de provincie. ‘Mijn opdracht is om erfgoed een plek te geven in ruimtelijke opgaven. De grootste uitdaging: cultuurhistorie als inspiratiebron en oplossingsrichting inzetten en zoveel mogelijk opgaven in een project combineren.’
Betrokken bij de landgoederenzone
Vanuit zijn vorige functie was Henk in 2019 al betrokken bij projecten in de landgoederenzone. Dat ging toen om de lanen op landgoed ’t Medler, een rijksmonument, vertelt Henk. ‘Onze expertise wordt dan ingeroepen. Er was al veel kennis aanwezig maar niet op erfgoedwaarden. Bij erfgoed leeft het beeld dat alles moet blijven zoals het is. Dat klopt niet. Erfgoed gaat ook over het gebruik. Het is interessant om onderzoek te doen naar de cultuurhistorische herkomst van een inrichting. Waarom is een gebied zo? Dan ontdek je bedoelingen en doe je mooie vondsten, die je kunt gebruiken voor de toekomst.’

Geschiedenis levert inspiratie
Elk landgoed is anders, vertelt Henk. ‘Ik onderzoek en leg de verbanden qua familie en werkconnecties in relatie tot de ontworpen tuinen en parken. Zo blijkt bijvoorbeeld dat er elke 100 jaar vaak iets groots veranderd op een landgoed. Je had voorlopers, met vernieuwende tuinen, naast degenen met meer voorzichtigheid, die juist niet te veel wilden veranderen. Elk landgoed had en heeft zijn eigen aanpak. Landgoederen gingen nooit mee in de molen van ruilverkaveling. Er was altijd evolutie en geen revolutie. In een proces als nu, in de landgoederenzone, zijn kennis en vertrouwen essentieel. Het gaat soms om best grote ingrepen, durf je dat aan als landgoed? Daar is lef en moed nodig. Want je hebt als landgoed de erfenis van het verleden, je wilt het niet verprutsen.’
Historisch onderzoek geeft vertrouwen
‘Als kennis ontbreekt, is historisch onderzoek nodig. Zodra de geschiedenis in beeld is, geeft dat zekerheid en vertrouwen. Door onderzoek en duiding ontdek je de waarden, de mogelijkheden en de speelruimte. Wateroverlast, vraagstukken rond beheer: het is van alle tijden. Al die statige portretten aan de wand, ze hebben elk iets gedaan. Iedere generatie draagt iets nieuws bij, aan de gebouwen en terreinen, in de traditie van hun eigen familie. Zo behoudt elk landgoed een eigen uniek karakter.’
|
|
|
|
|
|
|
Gezamenlijke aanpak van hele watersysteem landgoederenzone
Henk Hoogeveen: ‘Ook als provincie kiezen we voor duurzaam en de lange termijn’ |
De droogte is in de hele Achterhoek en ook in de landgoederenzone merkbaar. Henk: ‘De vanzelfsprekendheid van water is verdwenen. De droogte heeft gevolgen voor het erfgoed op de landgoederen: zoals de fundering van de gebouwen, de schoonheid van vijvers en grachten. Maar ook de lanen met de monumentale bomen lijden eronder.’
Noodzaak van aanpakken
En dat is niet alleen iets van nu, legt Henk uit. ‘Vroeger waren er stuwen en watermolens en werd er al ‘gestreden’ om water. Water is van oudsher van economisch belang, dat verandert nooit. Door de klimaatverandering ontstond de absolute noodzaak om in actie te komen in het gebied. Er is gekozen voor een aanpak van het hele systeem in plaats van te denken in afzonderlijke projecten. En om daar waar zich gezamenlijke kansen voordoen, deze te benutten. Op een duurzame manier, voor de lange termijn. Mijn voorganger Paul Thissen heeft dat deels in gang gezet, inclusief de middelen. Hij deed dat door bepaalde opgaven erfgoed-inclusief te maken en landgoederen erbij te betrekken. Een voorbeeld: het waterschap betaalt bijvoorbeeld de duiker. En wij doen de werkzaamheden eromheen die nodig zijn om het zorgvuldig in te passen in de monumentale aanleg. Het water loopt nu eenmaal door een landgoedsysteem en daar gelden andere regels: je moet rekening houden met functionele schoonheid. Water op een landgoed heeft ook altijd meerdere functies: als siervijver, viskom en stuwmeer. Dus bij een ontwerp worden economie, nut en schoonheid altijd met elkaar verbonden. Voor die benadering kiezen we nu ook weer.’
Samenwerken vanuit vertrouwen
Henk: ‘Kennis is de basis, of nee, vertrouwen! Als projectteam voed je elkaar met kennis en werk je samen vanuit vertrouwen bij de eigenaren. De kracht van de aanpak in de landgoederenzone vind ik dat het begon met pionieren. De schop in de grond, hup beginnen, als lerend team. Elke fase verder word je wijzer, dat is een kracht geweest. Gaandeweg raakten er steeds meer partijen betrokken. Dat vraagt om openstaan, flexibiliteit en meedenken met elkaar. Want er zijn veel belangen in één project verenigd, daar moet begrip voor zijn. Soms is de cultuurhistorie leidend, bij andere projecten zijn de natuur en water meer op de voorgrond. Zo kom je tot werkbare oplossingen. Hakken in het zand en alleen het eigen belang wegen, dat werkt niet. Je geeft en neemt met als doel: het beste eindresultaat voor het geheel.’
 |
|
|
| |
|
Jennine van de Plassche-Staring:
De Wildenborch staat in de startblokken voor fase 2 |
|
|
Op landgoed De Wildenborch in Vorden rondt het waterschap, samen met het landgoed en de omgeving, het definitief ontwerp af voor de tweede fase van het project. Momenteel ligt er een voorlopig ontwerp met daarin de hoofdlijnen. Jennine van de Plassche-Staring beheert, samen met haar familie, het landgoed en leidt het project vanuit De Wildenborch. Ze vertelt over de stand van zaken en over wat nog komen gaat.
Wat zijn de effecten van de ingrepen in fase 1?
‘Het was geweldig om te zien hoe in het eerste seizoen de vijvers weer stroomden op het landgoed. We moeten er ook nog wel aan wennen. Want afgelopen winter was er toestroom van erg veel water. Daarover maakten we ons wel even zorgen. Maar het is goed dat het gebeurde. Want daardoor realiseer je je dat klimaatverandering niet alleen droogte betekent, maar ook heftige regenval. De Wildenborch was vroeger moerasgebied, dat moet het niet weer worden. Ik blijf daar dus wel waakzaam op. Je verliest je bomen aan droogte en zonnebrand, vooral de beuken. Maar dat kan ook gebeuren door te veel water, dat is ook slecht voor ze. Dat wordt nu gemeten. Daarnaast is ook de waterkwaliteit van belang. Het water komt vanuit landbouwgebied het landgoed binnen. Dat lijkt goed te gaan, maar ook dat wordt gecontroleerd en bijgehouden. Natuurlijk zijn er ook leerpunten. Zo was er in fase 1 niet genoeg toezicht op het aan- en afrijden van zware voertuigen en materieel. Op die plekken is de grond ingeklonken en daardoor groeit daar nu niets of minder. Wij hebben dat niet op tijd beseft, want we hebben geen rentmeester hier op het landgoed. Ik begeleid het project zelf, ook fase 2.’

Wat gaat er in fase 2 gebeuren?
De tweede fase van het project sluit aan op de eerste fase, die is uitgevoerd aan de oostkant van het landgoed. Daar is een slenk aangelegd die zich bij hoog water langzaam vult en zorgt dat het water niet direct wordt afgevoerd. In het omliggende gebied is destijds besloten om het maaiveld niet te verlagen voor verdere natuurontwikkeling. Inmiddels blijkt dat daar aanvullend werk nodig is om de natuurdoelen te halen: extra verschraling en afgraving. Dat werk wordt meegenomen in fase 2. Zo ontstaat aan de westzijde van De Wildenborch een nieuw watersysteem, dat meer water kan vasthouden in zowel de droge als natte periodes, en er wordt natuur ontwikkeld. Jennine: ‘De waterloop op het landgoed zelf wordt ook aangepakt om de waterpeilen te verhogen. Het teveel aan oppervlaktewater wordt aan de zuidkant afgevoerd naar de Baakse Beek en bij piekbuien in het noorden richting de Berkel. De bedoeling is om een klimaatrobuust systeem te creëren, dat zowel de natte als droge periodes beter kan verwerken. Daar heb ik alle vertrouwen in. Het enige spijtige is dat de toekomstige financiering van het gebiedsproces wat onzeker is. Pas als elk landgoed in het complete gebiedsproces is aangepast, werkt het hele systeem. Anders is het wat mij betreft kapitaalvernietiging, eeuwig zonde.’
|
|
|
|
|
|
|
Complete systeemaanpak op De Wildenborch:
Samen voor het gedeelde en algemeen belang |
Jennine van de Plassche-Staring weet als geen ander wat het vraagt om samen met verschillende partijen een project aan te gaan. ‘Deze tweede fase belooft uitgebreider te worden dan men aanvankelijk dacht. De voorbereidingen vragen dus nogal wat tijd, ook omdat veel belangen afgestemd moeten worden. Maar we werken prima samen!’
Jennine: ‘Het waterschap zorgt voor de waterhuishouding. Dat zijn de hydrologen, die ook met een cultuurhistorische blik kijken, zoals Louis Lansink. Hij heeft onderzoek uitgevoerd over hoe we het hydrologisch voor elkaar gaan krijgen. De provincie, die dit project financieel ondersteunt, zit er ook bovenop. Zij hebben de omliggende weilanden aangekocht, het bosgebied is van ons. De provincie redeneert vanuit ecologie: natuurherstel en nieuwe natuur realiseren. En wij als landgoed hebben een insteek vanuit cultureel erfgoed. Dus allemaal hebben we een belang.’
Onverwachte ontdekkingen
De voorbereidingen van fase 2 hebben daarom behoorlijk wat tijd gevraagd, aldus Jennine. ‘Alle belangen moeten worden afgestemd en natuurlijk willen wij in het overleg graag gehoord en gezien worden. We willen ons landgoed zo goed mogelijk doorgeven, dat is een grote verantwoordelijkheid. Tijdens een eerste gesprek kwam de wens van de aanleg van een broekbos op tafel, direct grenzend aan ons landgoed. Dat vonden wij geen goed idee. Daardoor zou het zicht op ons parkbos, een rijksmonument, verloren gaan. Wij hebben daarom om tuin-historisch onderzoek gevraagd, zonder dat was er sowieso geen vergunning mogelijk. Zo kwam de oude situatie van de tuinen en het bosgebied weer boven water, hoe het ooit is aangelegd door onze voorouder Jan Isaac Brants. Hij gebruikte als basis het masterplan van zijn grootvader A.C.W. Staring (landheer, landbouwkundige en dichter). Dat werkt inspirerend, ook voor landschapsarchitect Leonieke Heldens die vanuit het waterschap adviseert. Met haar werk ik nauw samen om de laatste puntjes op de i te zetten!’

Iedereen 95% tevreden
Jennine kan zich goed vinden in het definitief ontwerp dat er nu ligt. ‘Het klikt tussen alle partijen, we leren veel van elkaar. Samen met Leonieke bepaal ik nog hoe we de duiker bij de oude entree van het landgoed willen vormgeven. En dan bespreken we ook of we het rabatbos, dat deel uitmaakt van ons parkbos, weer zichtbaar kunnen maken voor wandelend publiek. Dat zijn de laatste details, om het definitief ontwerp helemaal af te maken. Naar elkaar luisteren, het algemeen belang dienen en ernaar streven dat iedereen minimaal 95% tevreden is: dat werkt goed!’ |
|
|
|
Het cultuurhistorische verleden herleeft op De Wildenborch
Inspirerend gebiedsproces voor erfgoedwereld |
We gaan graag aan de slag met de werkzaamheden die op stapel staan in fase 2. En nadat we het ‘masterplan’ van A.C.W. Staring op het spoor kwamen, zijn we zo mogelijk nog enthousiaster, aldus Jennine van de Plassche-Staring.
Jennine: ‘Dat masterplan was door zijn kleinzoon Brants uitgevoerd, zonder dat wij dat wisten! Alle watergangen van dat oude systeem liggen er nog, hier in het bos. Ze hoeven alleen maar vrij gemaakt te worden en dan werkt het weer. Ook de huidige beplanting kan weer worden aangepast aan dat plan. Zo komt het beeld van 1880 terug, met een prachtig coulisselandschap. Binnen het project worden struweelhagen en solitairen bomen aangeplant. En de bosrand wordt op één plek nog iets meer aangezet. Precies zoals het eind 19de eeuw aangelegd en bedoeld was. Het past allemaal fantastisch!’

Voorbeeldproject voor de erfgoedwereld
A.C.W. Staring wilde oorspronkelijk al afwateren naar de Baakse Beek in ons stroomgebied, vertelt Jennine. ‘’t Medler stond dat destijds niet toe, daarom werd het een noordelijke uitweg naar de Berkel. Nu worden we uiteindelijk toch via ‘t Medler verbonden met de Baakse Beek. Zo worden de beide landgoederen weer herenigd en krijgt A.C.W. eindelijk zijn zin,’ lacht Jennine. ‘Op ‘t Medler is het trouwens ook prachtig geworden. Ik hoor dat er weer allerlei vogelsoorten terugkomen, daar hopen wij ook op! Er wordt behoorlijk aan de weg getimmerd met dit project en dat op ’t Medler. Er zijn regelmatig rondleidingen met groepen om de projecten te bekijken, er is veel belangstelling voor. Dit gebiedsproces leent zich prima voor PR en als voorbeeldproject.’
Provincie enthousiast over gebiedsproces landgoederenzone
Henk Hoogenveen is, vanuit de provincie, ook weer betrokken bij projectfase 2 op De Wildenborch. ‘Een aantal jaren geleden is het kwaliteitsteam (Q-team) opgericht vanuit de verschillende overheden: gemeente Bronckhorst, provincie Gelderland en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook hoofdontwerper Leonieke neemt daaraan deel. Dit team adviseert over de ingrepen op de monumentale landgoederen. Ze bespreken ook hoe en welke opgaven erfgoed-inclusief te maken en ze komen met voorstellen. Hoe besteden we de middelen op de verschillende landgoederen? Ik beslis over de financiering, vanuit de samenwerkingsovereenkomst met het waterschap. Het kwaliteitsteam levert ook het vooradvies voor vergunningverlening. Ik denk mee als sparringpartner op afstand en als probleemoplosser. Ik vind dit project bijzonder. Het wordt op symposia in de erfgoedwereld regelmatig als voorbeeld aangehaald. Wat ons betreft is dit gebiedsproces een perfect voorbeeld dat hopelijk door blijft gaan!’
|
|
|
|
Hoe gaan we verder richting de toekomst?
De lopende onderzoeken rondom het toekomstig hydrologisch perspectief |
Senior hydroloog Wilco Klutman en geohydroloog Renske Visser buigen zich over het hydrologisch perspectief richting de toekomst. Dat gaat niet alleen over de landgoederenzone maar ook over de directe omgeving ervan. Wat hen betreft is ‘niets doen’ geen optie.
Zoektocht naar veerkracht en buffer
Wilco: ‘Ingrijpen is noodzakelijk. Door klimaatverandering is er de afgelopen al een trend te zien: de extremen in droogte en neerslag nemen toe. Sommige gebruiksfuncties zijn hier niet tegen bestand. Niets doen is dus geen optie, aanpassingen zijn nodig voor een klimaat- robuuste waterhuishouding. Precies zoals we die nu ook in de landgoederenzone aan het uitvoeren zijn. We zijn op zoek naar veerkracht en een buffer van het grondwater. Zodat het gebied minder snel uitzakt naar lage grondwaterstanden en we hogere delen kunnen vullen met water, als buffer. Dat geldt ook voor het water in beken en sloten. Daar kunnen we meer ruimte creëren om water vast te houden en te bergen, zodat we de neerslagpieken in het systeem kunnen afvlakken. Die beide componenten houden natuurlijk nauw verband met elkaar.’

Routekaarten voor de toekomst
Naast de verandering in het waterbeheer zijn ook aanpassingen in het landgebruik nodig, vertelt Wilco. ‘De methode om dat inzichtelijk te maken is de watersysteemanalyse. Daarmee doorgronden we het systeem. En verkennen we ook wat de mogelijkheden zijn om tot een klimaatrobuust watersysteem te komen: dat is het hydrologisch perspectief. Door het toekomstige klimaat is de huidige inrichting niet overal meer passend. De beperkingen, maar zeker ook de kansen, worden vervolgens inzichtelijk gemaakt met ruimtelijk perspectief. Het hydrologisch perspectief en het ruimtelijk perspectief samen zijn dan een soort ‘routekaarten’. Daarin staat aangegeven hoe we de komende jaren het watersysteem én de ruimtelijke inrichting klaar willen maken voor de toekomst.’

Proces van maatschappelijk belang
Renske: ‘Op basis van de resultaten uit de analyses zien we dat sommige noodzakelijke veranderingen best ingrijpend kunnen zijn. Het toekomstige watersysteem vraagt vooral meer ruimte. Op sommige locaties is daardoor de huidige gebruiksfunctie niet meer passend. Daarom moet goed gekeken worden naar de mogelijkheden van aanpassingen in de huidige bedrijfsvoering. En ook naar verandering van gebruik of functie. Het is maatwerk om samen tot de beste oplossing te komen. Een dergelijk gebiedsproces vraagt tijd en begrip. Het is een transitie met een groot maatschappelijk belang. Het is uiteindelijk een opgave van en voor ons allemaal, niet een ‘project’ van het waterschap alleen.’

Inzicht door de watersysteemanalyse
Tussen en rondom de zeven landgoederen liggen gebieden waarvoor nog geen concreet plan is bedacht. Toch hebben ze een sleutelrol binnen een compleet klimaatrobuuster systeem. Want hoe groter het schaalniveau van maatregelen, hoe groter het totale effect. Ook met het oog op de inzet van geschikte ruilgrond, is het belangrijk om de tussenliggende gebieden in kaart te brengen. De toekomstige watersysteemanalyse focust daarom op de samenhang en gezamenlijk effecten binnen het hele gebied. Er wordt een analyse van de bodem en ondergrond en het natuurlijke-, cultuurhistorische- en huidige watersysteem gemaakt. Hoe kan het gebied het beste water vasthouden in de bodem? Waar kan water op het maaiveld en in de haarvaten van het systeem geborgen worden? Waar kunnen we afvoer in pieksituaties vertragen? Hoe kunnen stroomgebieden gescheiden worden? Zo wordt duidelijk aan welke combinatie van knoppen het best gedraaid kan worden. De uitkomst van deze analyse is de basis voor een klimaatrobuust watersysteem in de hele landgoederenzone: het hydrologisch perspectief.
Doorkijk naar het ruimtelijke perspectief
Niet alles kan overal. Een groot deel van het huidige landgebruik kan blijven bestaan, Maar er zijn ook plekken waar het moet veranderen. Water en bodem zijn sturend, dat bepaalt de gebruiksmogelijkheden. Om hierin inzicht te krijgen wordt een ruimtelijk perspectief opgesteld. Daarin worden de mogelijkheden in beeld gebracht. Wilco: ‘Zo kunnen we zien waar de knelpunten en kansen in het gebied liggen. Waar moeten we water de ruimte en voorrang geven ten opzichte van bijvoorbeeld woningbouw? Welke kansen liggen er om hoger gelegen delen te vullen met water om als buffer te functioneren? Zodat deze in droge periodes water kunnen leveren aan de omliggende natuur en landbouw. Als we niets doen, gaat alles en iedereen erop achteruit. Dat blijkt ook uit onderzoek rondom de huidige inrichting en gebruiksfuncties in combinatie met het mogelijke toekomstig klimaat (aan de hand van klimaatscenario’s van het KNMI). Zonder maatregelen zullen hogere delen in de landgoederenzone verder verdrogen en de lage delen steeds vaker onder water staan.’
Meten is weten
Een gedetailleerd meetnet help om de gevolgen en effecten van de ingrepen straks te monitoren en inzichtelijk te maken. Renske: ‘Daarom zijn er al tientallen peilbuizen (grondwater) en meetpunten (oppervlaktewater) in het gebied geplaatst. Hiermee ontstaat inzicht in de huidige en toekomstige situatie, zoals bijvoorbeeld het minder snel uitzakken van de grondwaterstanden in voorjaar en zomer door de genomen maatregelen. Een ding is zeker: niet alles is maakbaar! Alleen met een water en bodem sturende aanpak is een langdurig duurzaam gebruik van het gebied mogelijk.’
|
|
|
|
|